Jongeren | Volwassenen | Multiplicatie | Internationaal

Zodat je van elkaar kan leren
of: Zulu's die zingen tegen de onderdrukking in.

Van 26 november tot 7 december 2001 werd in Bergville, Zuid-Afrika een tiendaagse training voor NGO-werkers in de gezondheidszorg gehouden onder de titel "Participation and facilitation of communities in local development". De training vond plaats onder de regie van World Vision South Africa in het kader van het Uthukela District Child Survival project en werd gefinancierd door USAID. Als onderdeel van het programma heeft Luc Opdebeeck, artistiek leider van Stichting Formaat, en specialist op het gebied van interactief theater, een driedaagse workshop met technieken van het Theater van de onderdrukten (TvO) verzorgd. Dit gebeurde in opdracht van en in samenwerking met de Agromisa Foundation uit Wageningen, een partner van World Vision. Het verslag van deze workshop laat zien welke kansen er liggen om met interactief en participerend theater ontwikkelingsvraagstukken aan de orde te stellen. Het bijzondere van het TvO is bovendien, dat het een sterk empowerment-effect heeft en vrijwel drempelloos is.

Een verslag van Luc Opdebeeck

Doel van de cursus
Doel van de tiendaagse cursus is de deelnemers met een breed scala van zgn. Participatory Learning & Action-technieken te laten werken. Deze PLA-tools spelen in de gezondheidszorg, in het bijzonder bij de AIDS-bestrijding, waarbij het essentieel is dat de bevolking actief betrokken wordt bij het overwinnen van vooroordelen, het aan de orde stellen van seksuele normen en het organiseren van preventie, een doorslaggevende rol. De cursus was daarom ook heel praktijkgericht opgezet: voor ieder onderdeel van de cursus was er een praktijkonderdeel gepland in de communities in het Uthekela district, met een traditionele agrarische bevolking.

Mijn inbreng bestond uit de introductie en implementatie van de TvO-technieken standbeeldtheater en forumtheater als participatief actiemiddel. Deze werkvormen worden wereldwijd gebruikt, ook in het ontwikkelingswerk, en hebben als voordeel dat ze gemakkelijk te leren zijn. Dit verslag geeft een beeld van het verloop van de workshop, waardoor de lezer een indruk krijgt van de mogelijkheden van de methodiek in relatie tot de doelen van de cursus. Het is tegelijkertijd een pleidooi voor het toepassen van deze methodiek. Vandaar dat het verslag zich leest als een kleine handleiding.

Het TvO-gedeelte van de cursus duurde drie dagen, van 27-29 november 2001. Op de overige dagen kregen de deelnemers andere PLA-tools aangeleerd door Rudolf de Vries en Simon Koolwijk van Agromisa.


^omhoog^

Dinsdag 27 november 2001: introductie in de methodiek

1. Opwarming
Twintig deelnemers -medische en maatschappelijke hulpverleners- verzamelen zich in een vrijstaand gebouw, dat veel weg heeft van een oude garage. Het is 8.00 uur in de ochtend wanneer de eerste oefeningen volgen na een korte kennismaking en introductie van het TvO. Tijdens de kennismakings- en vertrouwensoefeningen lijkt het, door de intensiteit en beweeglijkheid van de deelnemers, wel Carnaval in Rio. Ze hebben er net zo veel zin in als ik.

2. Betekenisvolle beelden
Al snel schakelen we over naar standbeeldtheater. De deelnemers maken eerst eenvoudige beelden daarna steeds complexere. De concentratie van de deelnemers is hoog; in de werkruimte is het muisstil. Beelden worden strak vastgehouden door de uitvoerders.

De ochtend wordt besloten met het maken van drie beelden rondom de probleemsituaties die zij in hun werk ervaren. De rol van de werker, als protagonist, staat in het beeld centraal.

Beeld 1 Drie vrouwen zittend op de grond, kijkend naar de protagonist die haar arm en hand uitsteekt naar de vrouwen. Haar andere arm is ook uitgestrekt naar een groepje van drie staande pratende mannen. Ze kijkt naar de vrouwen en lijkt hen aan te moedigen iets te doen, in actie te komen richting mannen, mee te praten.

Beeld 2 Een familie aan tafel, drie mannen en één vrouw etend en drinkend. Verder aan de andere kant van de ruimte een kind. Hoofd gebogen, handen voor de ogen: een neerslachtig beeld. De maakster van het beeld nam plaats tussen de beide beelden, haar hand op de kin, wijsvinger op haar slaap, denkend.

Beeld 3 Een tafel met daarachter iemand die een verslag maakt. Daarnaast een autoritair personage dat één vinger op de mond houdt (stilte gebiedt), met haar andere hand de voor de tafel zittende protagonist de deur wijzend. De protagonist zit verslagen voor de tafel, hoofd gebogen. Enkele meters achter hem zitten drie mensen in spanning te wachten.

Gedurende deze beelden worden de technieken innerlijke monoloog van het beeld, dialogeren en handelingsimpuls van het beeld geoefend.

3. Eerste oplossingen
Met Beeld 2 werken we aan het volgen van de eerste impuls van het beeld. Mijn opdracht was: vind een oplossing voor de protagonist. Er volgde vier impulsen aangereikt door de specta(c)tors.

1. Kind troosten
2. Vrouw achter de tafel vandaan halen richting kind (wat de vrouw in het beeld afwees)
3. Het kind naar de familie brengen.
4. Armen open, het kind zelf verwelkomen.

Er ontstond een dialoog in het Zulu die ik niet direct kon verstaan. Zanella, de jonge vrouw die de protagonist in het oorspronkelijke beeld was, vertaalde dat ze het over de vier aangereikte oplossingen hadden, en dat ze haar collega's dankte. De derde impuls had bij haar het idee opgewekt om meer vrouwen intensiever voor de opvang van (AIDS-) weeskinderen, te gaan motiveren.

4. De kern van het probleem
Mijn volgende opdracht was om een reëel beeld te maken van een maatschappelijk probleem. Iets wat dringend moest veranderen in hun optiek.

Een eerste deelnemer kwam naar voor en zette het "beeld van een bedelaar" neer. Ik vraag het publiek of ze het beeld wilde aanvullen, vollediger te maken, te veranderen als ze het ergens niet mee eens waren.

Gedurende een tiental minuten gingen de deelnemers beurtelings aanvullingen en veranderingen door voeren. Er ontstond een enorm beeld met wel vijftien mensen. Als een soort Nachtwacht met als thema: "de armoede van Kwazulu-Natal". Mensen schuilend tegen elkaar aangedrukt, diefstal, dakloosheid, twee mensen slapend onder een stapel stoelen. Om beurten stapten de deelnemers uit het beeld om er naar te kijken, elkaar vervangend. Na een poosje waren ze tevreden.

5. Werken aan concrete oplossingen
"Wat is jullie ideaalbeeld t.a.v. dit probleem?" vroeg ik vervolgens. Wederom stapte iemand naar voren en zette twee mensen op een halve meter van elkaar, elkaars beide handen vasthoudend, naar elkaar kijkend, lachend. Iedereen was het hier onmiddellijk mee eens.

Ik vroeg de groep hun positie uit het vorige beeld opnieuw in te nemen, het grote tableau vivant van de armoede. Vijf deelnemers kregen de opdracht om te zoeken naar een manier om van het reële naar het ideale beeld te komen en het beeld te veranderen in een zgn. tussenbeeld. Op het moment van stellen realiseerde ik me de moeilijkheid van de vraag. Mission Impossible, dacht ik. Er volgde een lange stilte.

  • Om beurten wisselden de deelnemers elkaar in het oorspronkelijke beeld, kijkend, in een zwijgende dialoog. De eerste oplossingen kwamen.
  • Er werden mensen neergezet in de rol van facilitator tussen de armenbeelden, helpend, ondersteunend.
  • Alle beelden werden in opwaartse beweging veranderd. Slapende beelden werden wakker. Handen verdwenen voor de ogen richting naast het lichaam.

Op dit moment concludeerde één van de deelnemers: "Us facilitators have to invite the poor to act, to look at the picture: both facilitators and the poor came in action, if we don't act, nothing will change!"

6. Forumtheater: eerste stappen
In de middagsessie had ik een kleinere groep. Het werken in kleine groepjes maakte dat ik met drie groepjes een forumscène kon maken en hun enkele repetitietechnieken kon bijbrengen. De andere deelnemers kon ik als publiek laten fungeren in de plenaire sessies later op de avond.

De doelstelling van de middag was het maken van een anti-model, dat we later op de avond zouden gebruiken als introductie van de forumtheatermethodiek. Op basis van standbeelden maakte we een diaserie van een werkelijk beleefde onderdrukkingssituatie van één van de deelnemers. Het werd het verhaal over de mishandeling van een vrouw en een kind. Alle deelnemers waren het met elkaar eens dat vrouwen en kindermishandeling een groot probleem vormde binnen hun werkterrein:

  1. Man wordt ontslagen in Johannesburg.
  2. Man komt thuis wordt begroet door het gezin, vrouw en kind.
  3. Man laat aan zijn vrouw die om geld vraagt zien dat hij geen geld in zijn zakken heeft.
  4. Man in de bar, drinkend.
  5. Man wordt dronken de drankgelegenheid uitgezet door de eigenaar.
  6. Dronken man komt thuis, stuurt zijn dochter naar de bar om drank te halen.
  7. Dochter koopt drank in de bar.
  8. Dochter komt thuis en laat de drank vallen, kapot op de grond.
  9. Man slaat kind met een stok. Vrouw wil er tussenkomen.
  10. Het kind ligt op de grond. De vrouw wordt in elkaar geslagen.

7. Analyse en spel
De beelden werden eerst geanlyseerd op de interne monoloog. Op basis daarvan completeerden de deelnemers de diaserie met spel, zodat een anti-model ontstond. Een scène met een reële afspiegeling van het probleem, zoals het werkelijk gebeurd was en steeds weer gebeurt. Dit creëerde een sterke identificatie met de personages en een motivatie om de situatie te veranderen.

8. Ontwikkeling van de forumscène
De deelnemers werd gevraagd het model verder aan te kleden met attributen en alles wat ze verder aan middelen voor handen konden krijgen om het vorm te geven. Het laatste uur werkte we met de stop-and-think-mode en de playing-for-the-deaf-mode, repetitietechnieken van het forumtheater. Ik legde de spelers de spelregels uit van het forumtheater en vertelde ze dat we vanavond het probleem aan de anderen zouden voorleggen en kijken of we samen oplossingen voor het probleem konden vinden. Makkelijk zou het niet worden, maar proberen is reeds een vorm van actie.

9. De voorstelling
Na een koortsachtige voorbereiding komen de vijf spelers zingend en dansend op. Ik heb op mijn reizen en door mijn werk (Formaat gebruikt zang en dans in bijna alle voorstellingen) veel mensen horen zingen, maar dit was van een andere orde. Zulu's zingen bij voorkeur meerstemmig en uitbundig, maar altijd in harmonie. Het stuk van het gezin, dat door de dronken vader wordt geterroriseerd wordt gespeeld met een mengeling van afschuw en humor. Het publiek lachte hartelijk om de gekte van de acteurs, geheel eendachtig de woorden van Dario Fo: "Humor opent de hersenen van de mens". Als de crisis heeft plaatsgevonden is het publiek doordrongen van de probleemstelling. Wat volgt is stilte en een dialoog met een gemeenschappelijk verlangen.

De inspringers komen met vier manieren van omgaan met het probleem van mishandeling in het gezin:

  1. Molly, een oudere blanke vrouw trachtte op een kalme manier in dialoog te gaan met de man, troostend. Ze zei dat ze morgen wel verder zouden praten.
    à De aanwezige Zulu-vrouwen vertelden dat een dronken maar ook een nuchtere Zulu-man niet van zijn standpunt zal afwijken als het gaat over wat hij wel of niet doet. Hij is de baas. Een vrouw heeft geen rechten in die zin.
  2. Pumzilla, een Zulu-vrouw, ging met de fabrieksdirecteur praten en schakelde de vakbond in.
    à Het publi
    ek vond dat de kans klein was dat er iets zou veranderen in dit geval.
  3. Zanella praatte met het kind, troostte haar. Toen de man echter thuiskwam, brak zij het forumspel af. De situatie was te bedreigend.
  4. May, de jongste deelnemer, verraste het publiek met haar oplossing. Ze schakelde via het kind de grootvader in. De grootvader werd opgevoerd, gespeeld door een van de deelnemers, en praatte met zijn zoon.
    à Het publiek was het er mee eens dat dit voor de jonge vader een groot probleem zou betekenen.

Tussen de interventies van de deelnemers ontstond er een openhartig gesprek rond de problematiek dat nog andere aspecten erbij betrok: o.a. een compleet alcoholverbod als oplossing. In het licht van de jongste berichten over (seksuele) mishandeling in Zuid-Afrika in combinatie met alcoholmisbruik een zeer actueel thema. De dag eindigde even energiek als hij begonnen was.

^omhoog^

Woensdag 28 november 2001: Overdracht en implementatie

1. Deelnemers zelfstandig aan de slag
De volgende dag had ik in de ochtend 8 deelnemers. De spelers van de dag daarvoor zouden nu zelfstandig met de methode oefenen. Ik vroeg hun waar ze hun forumscène over wilden maken; twee thema's kwamen daarbij naar voren: racisme en AIDS. We besloten om de groep te splitsen. Op dezelfde manier als de vorige dag kwamen we tot het vertalen van werkelijk gebeurde verhalen naar beelden, een diaserie en tenslotte naar een forumscène.

2. Racisme
In het forum over racisme stond een witte boer centraal. Deze constateerde dat er zich op zijn landgoed rondlopende koeien van zwarte boeren bevonden. Hij laat de koeien vangen en brengt ze onder in een regionaal depot voor verdwaald vee. De zwarte keuterboeren kunnen hun vee 250 km verder tegen een hoog bedrag terug gaan ophalen. Dit geld wordt gestort in de "Farmers Association Fund", een voorziening voor…de witte boeren in de regio. Als de boeren verhaal gaan halen bij de boer worden ze grof behandeld en van zijn land gegooid.

3. AIDS
In het Aidsforum stond de rol van de hulpverlener centraal. De meerderheid van de groep voelde zich gemangeld tussen twee medische culturen, de traditionele medicijnmannen en de westerse geneeskunde. Hoe kun je respect voor je eigen cultuur, inclusief de medicijnmannen, toch de mensen ervan overtuigen dat AIDS een andere aanpak dan een strikt traditionele vraagt. Hoe kun je bijvoorbeeld aan de orde stellen dat met een scheermesje gemaakte inkervingen in de armen van een HIV-geinfecteerd kind en zijn moeder eerder AIDS verspreidt, niet geneest. Dit beeld van het genezingsritueel van de traditionele medicijnman werd getoond in het anti-model.

4. De voorstellingen
Beide forums maakte een grote indruk op me. Het eerste forum jokerde ik deels samen met een van de deelnemers. De dialogen van het publiek en de anti-modellen waren in Zulu. Alles werd voor mij vertaald, maar de scènes spraken grotendeels voor zich. Het forum over AIDS werd geleid door Mpume, een krachtige, strijdvaardige vrouw. Zonder stelling in te nemen ten aanzien van het behandelde thema spoorde ze het publiek aan oplossingen te zoeken voor dit dringende probleem. "Breng traditionele medicijnmannen bij elkaar" werd er geroepen. "Kom het op toneel oefenen" riep ze terug. Men zocht naar argumenten die konden worden gebruikt in de dialoog met een traditionele en slecht voorgelichte bevolking op het platteland.

Mpume zag veel openingen voor haar werk met groepen vrouwen en zwangere tieners. Zij bedankte mij voor deze workshop. Het was opnieuw duidelijk geworden dat met TvO direct praktische resultaten kunnen worden geboekt.

5. De rol van de joker
Na iedere forumsessie werd er speciaal aandacht aan de rol van de joker/facilitator besteed. Cursusbegeleiders en het publiek gaven uitgebreid feedback. De joker als begeleider moet nooit zijn eigen visie voorop stellen. Hij brengt de leden van een community met elkaar in dialoog rond een gezamenlijk gekozen thema. Stimuleert hen oplossingen te zoeken of alternatieve strategieën te overwegen, zodat men kan leren van elkaar. Deze strategiën moeten op toneel gerepeteerd worden voor de realiteit van morgen. Want die moet veranderd.

Na twee dagen was mij duidelijk dat de deelnemers klaar waren voor het zelf verzorgen van een "echt" forum, met de plattelandsbevolking waar ze dagelijks mee te maken hadden.

^omhoog^

Donderdag 29 november 2001: het Forum

1. Voorbereiding
Er zou een 1½ uur durende workshop/voorstelling gegeven worden door de deelnemers. De volledige organisatie lag in hun handen. Mijn taak was alleen adviserend. Twee vrouwen deden de coördinatie, zij verdeelden taken en organiseerden het geheel. Zeven mensen zouden acteren, vijf zouden zingen en dansen, twee andere bereidden spelletjes voor. Enkele anderen zouden het standbeeldentheater begeleiden.

Als basis voor het anti-model werd de ervaring van één van de deelnemers genomen. Ze vertelde dat ze door jongens steeds misbruikt werd om allerlei rotklusjes voor hen te doen. Niemand kon haar helpen. Het werd steeds erger, tot ze werkelijk voor alles misbruikt werd. Het leek een geschikt gegeven voor de verwachte doelgroep van voornamelijk weeskinderen.

2. Zo begint een forum in KwaZulu-Natal
Iedereen ging aan de slag en klokslag drie uur 's middags stonden we in een Zuludorpje met de typische hutten. Een twintig tal jongeren zat reeds in het zaaltje naast de speeltuin. De ouders van de meesten waren slachtoffer geworden van AIDS of een van de vele vormen van diarree. Het stenen gebouw was er neergezet door een buitenlandse hulporganisatie.

Zanela, een van de deelneemsters, had verteld dat we zouden komen. Dat wekte de nieuwsgierigheid op van niet alleen de weeskinderen. Jonge vrouwen, oude vrouwen, kinderen iedereen ging het zaaltje binnen. Zestig a zeventig mensen namen voorzichtig plaats, benieuwd naar er wat er ging gebeuren. Ik had op dat moment ook geen idee van hoe de afloop zou zijn. Forumtheater is in elk land van de wereld anders; de boeken van Boal staan vol met voorbeelden daarvan. Elke cultuur heeft in de loop der jaren een nieuw element ingevoerd.

Na een gezammelijke gebed nam Happiness, een van de deelneemsters, het woord. Ze vertelde dat we gekomen waren om leuke en serieuze dingen te doen en te bespreken. Laten we om dat in te leiden samen zingen en dansen. Iedereen stond op en vormde al dansend en zingend een kring, waarin ook de cursusdeelnemers werden opgenomen. De overlapping van de esthetische ruimtes ontstond als vanzelf. Er werd een aantal liederen gezongen, waarna er opwarmingsspelletjes gedaan werden. Na drie kwartier werd iedereen verzocht om plaats te nemen. Er ontstond een speelvlak.

3. Het Forum
Nimrod en May namen het over en deden een korte standbeeldsessie. Het publiek oefende eerst met groot plezier met de beelden. Allerlei zaken werden uitgebeeld, sporten, gevoelens. Nadat het publiek was uitgelegd wat je allemaal met beelden kan vraagt May aan het publiek of er iemand een probleem wil delen.

Een fysiek misvormde kleine man komt naar voren en maakt een beeld samen met een door hem gekozen vrouw. De vrouw werpt eten voor hem op de grond. May vraagt of het publiek het beeld herkent. De zaal beaamt dit volmondig. Hoe zouden jullie willen dat het eruit zag? vragen Nimrod en May. Een vrouw komt naar voor en geeft de gebochelde man eten. En gaat naast hem zitten. Ze eten nu samen. Een andere vrouw wil het ideaalbeeld verbeteren. Ze zet de vrouw voor de man op haar knieen, hem eten gevend. Het publiek applaudisseert. Mijn vertaalster zegt: Dat is de manier waarop zuluvrouwen het eten aan een man horen te geven. Het is een teken van respect.

Dan wordt de scène van het gepeste meisje gespeeld, zoals die ochtend geoefend. Het publiek herkent de problematiek, participeert, vergelijkt, voert een dialoog en oefent voor verandering. In de afgelopen 10 jaar heb ik drie voorstellingen over pesten gemaakt. Het valt mij op dat de oplossingen hier niet veel afwijken van die van brugklassers in Nederland: je probeert het te negeren, je probeert je staande te houden of je haalt je vader of moeder erbij. Het is een universele problematiek, behandeld met een universeel toepasbare methodiek. Ik zie mensen die geactiveerd zijn en eerste stappen tegen onderdrukking hebben gedaan. Onderzoeken hebben uitgewezen dat deelname aan Forumtheater een sterk empowerment-effect kan hebben. Bovendien is het door het democratische en drempelloze karakter bijzonder geschikt voor mensen die minder geneigd zijn om zich uitsluitend verbaal uit te drukken.

Dansend en zingend eindigt de sessie die in totaal 2 uur en 30 minuten heeft geduurd.

We rijden terug, de deelnemers zijn helemaal onder de indruk van hun eigen prestatie en ik ben trots op ze. Er wordt Cola gekocht en nagepraat. Iemand zet het slotgebed in, spontaan. Daarna een bezinningslied.

^omhoog^

Zaterdag 1 december 2001

Als ik een paar dagen later uit Zuid-Afrika vertrek is het World AIDS Day. Ik zie zoveel mensen met Red Ribbons en laat de workshop nog een keer de revue passeren. De drie dagen, hoe vermoeiend ook, hebben veel energie opgeleverd, zowel de deelnemers als mij. Het valt niet mee om nu naar het koude Nederland te vliegen, maar ik troost me met de flarden van de liederen die zich in mijn oren hebben vastgezet: Zulu's die zingen tegen de onderdrukking in.