Laatste nummer Opdruk |Opdruk archief

De rol van de tritagonist
bij morele dilemma's

In de Reader Het kaartensysteem (te bestellen bij Formaat; prijs f 15,-) beschrijft Luc Opdebeeck het ontwikkelingsproces van een groot aantal voorstellingen uit het verleden. Daarbij ontdekte hij dat het publiek in Nederland zich vaak identificeert met de rol van de Tritagonist, d.w.z. van het personage dat de onderdrukking laat gebeuren.

Tijdens onze voorstellingen hebben we keer op keer gezien dat deze rol wel degelijk kan worden vervangen en dat er ook alternatieven zijn voor passief en toekijkend gedrag. TvO bevordert op deze manier ook sociale moed, die uiteindelijk de voorwaarde is voor verandering.

Morele ontwikkeling

Als we ons afvragen waarom mensen er vaak voor kiezen om niet in te grijpen komen we terecht bij de psychologie van de morele ontwikkeling, zoals die werd uitgewerkt door Lawrence Kohlberg. en aangevuld door mensen als Carol Gilligan en Thomas Lickona. Vooral jongeren blijken veel situaties meer vanuit een loyaliteit met groepsnormen dan vanuit een eigen verantwoordelijkheid of zelf ontwikkelde normen te handelen. Om het nadenken over de eigen normen te stimuleren heeft het Brabants Steunpunt Jeugdwelzijn de methode Morele Communicatie ontwikkeld, waarin morele dilemma's centraal staan.

De methode en de eerste resultaten zijn beschreven in het zeer leesbare boek Communiceren over morele dilemma's van Antoinet Verhagen (Elsevier 1999). Na het lezen van het boek hebben we gemerkt dat er heel veel parallellen met TvO te trekken zijn.

"Stel dat..."

Zo is de centrale dilemmavraag die wordt gesteld er één die begint met "Stel dat..." Het Forumtheater laat een situatie zien die wordt vergezeld van de vraag: "Wat zou jij doen?" Augusto Boal is bij het ontwikkelen van zijn methode sterk beïnvloed geweest door Stanislawski, die de "Als..."-vraag als repetitieoefening aan het begin van deze eeuw invoerde. Het TvO legt, evenals de morele dilemma's-methode, de nadruk op het maken van keuzes zonder er één voor te schrijven. Wel wordt de consequentie van een keuze getoond. In het groepsdiscussie-model van het BSJ zijn het de andere deelnemers of de discussieleider die steeds nieuwe aspecten erbij halen en nieuwe vragen stellen. In het TvO zijn het de spelers en de joker die geen keuze als "de" oplossing laten bestaan. Er zijn steeds weer nieuwe vragen die beantwoord dienen te worden. Beide methoden zijn daarom dynamisch, d.w.z. zij stimuleren de deelnemers om ook na de activiteit met het proces van vraag en antwoord verder te gaan. Kohlberg gaat uit van het belang van de ontwikkeling van persoonlijke ethische normen die op wederzijds respect zijn gebaseerd, wat uiteindelijk terug te voeren is op de opvattingen van een van de belangrijkste filosofen van de Verlichting, Immanuel Kant. Boal is van mening dat de mens in staat moet worden gesteld om zijn persoonlijke verlangens te articuleren. Daarbij zal hij ontdekken dat ook anderen hun verlangens hebben en wordt hij gedwongen om op zoek gaan naar gemeenschappelijke, sociale verlangens. Wij geven hiertoe het volgend citaat uit het interview weer:

" Elk van ons heeft hetzelfde verlangen als de ander. We zijn als arbeiders in dezelfde fabriek. We hebben één verlangen. Het is niet in de zin van: ik heb als enige dit verlangen, je zou kunnen zeggen het is een sociaal verlangen, als ik die uitdrukking kan gebruiken, want het is een tegenspraak, want verlangen richt zich meestal tegen de samenleving."

De theorie van het sociaal verlangen, ofwel het gemeenschapsgevoel, behoort tot het gedachtegoed van Alfred Adler, een leerling van Freud die echter al vroeg met hem brak en een theorie van de sociale psychologie opstelde die veel verwijzingen naar morele vraagstukken bevatte. Ook Adlers opvattingen staan in relatie met die van Immanuel Kant.

De praktijkvoorbeelden in het boek van Verhagen hebben met name betrekking op Tritagonisten-conflicten. Als de analyse juist is, dat het voortbestaan van onderdrukking staat of valt met de interventie of de passiviteit van de toeschouwers en als het aan de andere kant goed is om je af te vragen of elke interventie wel het juiste resultaat oplevert, verwachten we een spannende ontmoeting tussen de beide methoden.

Uit: OPDRUK 1, januari 2000