| De rotte appels eruit“
Invalshoeken voor sportiviteit en respect
Den Haag, oktober
2002: “Meneer”, zegt de secretaris van de vereniging
die ik aan de lijn heb, “wij hebben helemaal geen problemen
met normen en waarden. Wij hebben een duidelijk beleid. Wie zich
er niet aan houdt, gaat eruit. Afgelopen jaar waren dat 57 leden.
Ja, toevallig wel allemaal allochtonen. Alleen de goeien houden
we vast. De rotte appels eruit.”
Vergaarbak
Later die week spreek ik nog meer bestuursleden van verenigingen
met een soortgelijk beleid. Waar de geroyeerde spelers terecht
komen, ontrekt zich aan het zicht van de sprekers. Andere verenigingen
maken zich zorgen over het feit dat zij een vergaarbak dreigen
te worden voor spelers die elders geweigerd zijn. “Wij hebben
niet het geld om dat soort keuzes te maken. Ik ben al blij als
ik met al mijn elftallen het einde van het seizoen haal. Vorig
seizoen verdween halverwege de hele B1 naar een andere vereniging.”
Weer andere verenigingen krijgen door hun ligging plotseling een
heel ander ledenbestand: ze liggen naast een asielzoekerscentrum
of krijgen van de gemeente een nieuwe accommodatie in een andere
wijk. Nieuwe leden moeten worden geïntegreerd en dan gaat
het al snel over waarden en normen.
“Rijden”
Probleem nummer 1 bij sportverenigingen is dat van het zgn. “rijden”.
Niet alle ouders willen of kunnen een auto ter beschikking stellen
voor uitwedstrijden of toernooien. Gevolg: een kleine groep heeft
het gevoel het voor de ander op te moeten knappen. Dat geeft wrijvingen.
Bij thuiswedstrijden worden kinderen bij de accommodatie gedropt
met 5 euro in hun zak. Pas aan het eind van de zaterdag worden
ze opgehaald, “als dat al gebeurt”, zeggen sommige
bestuurders. “Sportverenigingen zijn het alternatief voor
opvoeding en jeugdwerk geworden, maar daar zijn wij niet voor
toegerust.”
Waarden en normen
Jonge sporters accepteren steeds minder en willen steeds meer.
Verenigingen zoeken steeds vaker de dialoog met hun leden. De
onderwerpen variëren van het al genoemde rijden, de medewerking
van ouders bij allerlei andere taken die moeten worden vervuld,
het gedrag van spelers t.o.v. elkaar, t.o.v. tegenstanders en
scheidsrechters en het maken van afspraken over omgangsvormen.
Dat begint bij op tijd komen en de kleedkamer schoonhouden maar
het gaat ook over het integreren van zwakkere teamleden, respect
voor elkaars achtergronden en tenslotte over agressie op en rond
het veld, zowel verbaal als fysiek.
Kop of Munt
Over deze en nog veel andere thema’s gaat de voorstelling
Kop of Munt, waarvan de repetities op 9 december a.s. beginnen.
De voorstelling voor sportverenigingen zal vanaf eind januari
2003 gespeeld worden. Sportverenigingen
die interesse hebben kunnen zich nu aanmelden voor een voorstelling.
In Den Haag, Rotterdam, Leiden en Zwolle zijn reeds voorstellingen
geboekt. De kosten voor een vereniging zijn gering.
Kop of Munt kan voor een vereniging aanleiding
zijn om het thema Sportiviteit en respect, zoals de landelijke
campagne is genoemd, aan de orde te stellen.Nadat het stuk gespeeld
is, mag het publiek inspringen op de scènes en proberen
om oplossingen aan te dragen. De ervaring leert dat mensen daardoor
geactiveerd worden en al doende nieuwe strategieën ontwikkelen.
Morele dilemma’s
Formaat zal tijdens de voorstelling gebruik maken van morele dilemma’s
om de dialoog op waarden en normen te brengen. Een eenvoudig voorbeeld
moge dit illustreren: je bent jeugdspeler en je weet dat een medespeler
iets gestolen of vernield heeft. Wat telt zwaarder: de loyaliteit
met de club of die met je kameraad? Deze methode is ook geschikt
om het gedrag tijdens de wedstrijd aan de orde te stellen: wat
is eigenlijk het gevolg van een “versierde” strafschop?
Telt het mogelijke doelpunt zwaarder dan de handhaving van de
regels? En wat als iemand een rode kaart krijgt na een Schwalbe
van de tegenstander? Wij denken: stof genoeg!
Informatie over de voorstelling is behalve op www.formaat.org
ook beschikbaar op www.sport.nl
onder de link naar de campagne ‘sportiviteit en respect’
en het kopje ‘voor verenigingen’. Ook kunt u bellen
met 0597-594492.
Uit: OPDRUK 12, november 2002
|